De menselijke verhalen van Steve Earle

Steve Earle – Tanytown
1997 – El Corazón
2001 – Doghouse Roses (als Taneytown)

Hij zei het ooit zelf tijdens een concert in Paradiso. “Ik ben een verteller in de stijl van Woody Guthrie.” Steve Earle wil de verdoemden en de onderklasse een gezicht geven.

Daar waar Guthrie het in de jaren dertig van de vorige eeuw opnam voor de zwakkeren en verdoemden in de maatschappij, doet Earle dat bijna een eeuw later op dezelfde manier. Met scherpe en indringende teksten. Hij is uitgesproken socialist, tegen de doodstraf en pro-choice als het om abortus gaat. In zijn optiek hebben rijke Amerikaanse vrouwen van oudsher het recht, en de mogelijkheden, gehad om een zwangerschap te beëindigen. Hij noemt de wetgeving rond abortus dan ook een politieke kwestie rond de vraag of armen die keuze ook mogen hebben.

Hoewel hij de strijd tegen de doodstraf in de Verenigde Staten als zijn belangrijkste bijdrage aan het politieke debat noemt, is Earle ook op andere wijze politiek actief. Veel van zijn songs zijn dan ook een aanklacht tegen de maatschappij. Copperhead Road gaat bijvoorbeeld over het uitzichtloze leven van een teruggekeerde Vietnam-veteraan. De deplorabele staat van werkloze mijnwerkers bezingt hij In Oxycontin Blues. Vlak na 9/11 werd Earle in eigen land verketterd vanwege John Walker’s Blues. Het nummer gaat over John Walker Lindh, een Amerikaanse Talibanstrijder:

I’m just an American boy raised on MTV
And I’ve seen all those kids in the soda pop ads
But none of ’em looked like me
So I started lookin’ around for a light out of the dim
And the first thing I heard that made sense was the word
Of Mohammed, peace be upon him

Het intro is voorbeeld van een van de sterke tekstuele eigenschappen die Earle bezit. Hij vertelt verhalen van mensen, niet over mensen. Hij kijkt verder, leeft zich in en probeert de juiste toon te vinden. Volgens Earle zelf heeft dat met empathie te maken. “Ik probeer mensen die door anderen worden gedemoniseerd menselijk te maken”, zei hij ooit in een interview. In dit geval benoemt hij feilloos waarom Lindh zich tot de islam bekeerde. Voor Amerikanen een schok. Empathie hebben met de vijand, bah! Het werd nog erger toen Earle zich fel uitsprak tegen de Irak-oorlog en tegen het beleid van de toenmalige president George Bush.

Een paar jaar voor Jerusalem, het album waarop John Walker’s Blues is te vinden, bracht Earle El Corazón uit. Het was na enkele magere jaren zijn definitieve comeback. Een track op het album die zeker tot zijn allerbeste songs gerekend kan worden is Tanytown. Het is het verhaal van een 22-jarige zwarte Amerikaan in de staat Maryland. Roy Burkhead schreef in 2004 een integrerend artikel over Earle waarin hij Tanytown bespreekt. Het fascinerende van de song is dat Earle het nummer herschreven heeft, nadat hij er een kort verhaal van had gemaakt. De geschreven versie van Tanytown is onder de naam Taneytown verschenen in de verhalenbundel Doghouse Roses en Burkhead bespreekt vooral die versie. Earle zou later over deze werkwijze zeggen dat hij de personages in de song veel echter kon maken omdat hij ze in zijn verhaal veel uitgebreider kon inkleuren. Dat komt de song volgens hem ten goede.

De kracht van Tanytown zit volgens mij ook inderdaad in de goed uitgewerkte hoofdpersoon. Al meteen wordt zijn situatie duidelijk. Hij woont met zijn dominante moeder in een Amerikaans gat, of eigenlijk meer een soort van gemeenschapje dat de naam dorp nog niet eens mag dragen. Earle spreekt zijn taal en dat maakt dat de song vanaf de eerste regels al intrigeert.

I went down to Taneytown
I went down to Taneytown
To see what I could see

Het zit vooral in de regel ‘to see what I could see’. Je vraagt je meteen af wat er zo speciaal is aan Tanytown. Een zoektocht op Wikipedia leert dat er helemaal niks bijzonders is aan het gat in de staat Maryland. Uit een telling in 2010 bleek dat er 6,728 mensen wonen, waarvan het merendeel (91%) wit is. Dat aantal was tien jaar eerder nog 96%. We kunnen dus wel spreken van een wit bolwerk. Dat blijkt mogelijk ook uit het feit dat Tanytown de eerste stad in Maryland is waar het Engels officieel de voertaal werd. De plaatselijke afdeling van de Ku Klux Klan schijnt zich daarvoor flink te hebben ingezet. Naar deze stad wil de hoofdpersoon dus. Waarschijnlijk ook een beetje gek gemaakt door de verhalen van zijn broer James, blijkt uit Taneytown. Die komt er vaak en vertelt van alles over het stadje. Maar:

… but i didn’t hardly b’lieve him.

In de rest van het eerste couplet wordt nog meer duidelijk van de beweegredenen van de hoofdpersoon:

My mama told me never go
But I’m almost 22 years old
Sometimes I fear this holler swollow me
She ran off to Gettysburg
Went off with that new beau of hers
I snuck off after dark

In zijn artikel over de gezongen en geschreven versie van Tanytown wijst Roy Burkhead op het feit dat we te maken hebben met een verstandelijk beperkte man die door zijn moeder wordt geleefd. Hebben we hier te maken met een daad van verzet? ‘I snuck off after dark’ impliceert dat. Ikzelf vind de zin ‘sometimes I fear this holler swollow me’ plausibeler. Als een stad met, pak ‘m beet, 6.000 inwoners al tot de verbeelding spreekt, dan kunnen we er vanuit gaan dat de holler, het gat waar hij woont, nou niet bepaald overloopt van de spanning en sensatie. Het verstikkende dorpsleven, waaruit je je wil ontworstelen moet veel mensen bekend voorkomen. Dan sla je je moeders raad in de wind en gaat! Uit Taneytown blijkt dat de daad om naar Tanytown te gaan helemaal niet is ingegeven door rebellie of pure verveling. Zijn moeder gaat met haar pooier naar Gettysburgh en broer James zet het op een zuipen met vrienden. De hoofdpersoon gaat aan de wandel:

I Just keep om goin’. Sometimes I want Mana or James to holler at me to stop, but they never do so I just keep om goin’ an’ goin’…

Plotseling ziet hij een bord WELCOME TO TANEYTOWN, MARYLAND.

He went down to Tanytown…

Op dit punt aangekomen is het ook zaak om eens goed naar de muziek te luisteren. Het nummer begint met een agressief gitaarintro, gevolgd door een onheilspellende mondharmonica en die klinkt even onheilspellend als die van Ennio Morricone in Man with a Harmonica. In het intro komt alles wat ongecontroleerd over. Of dat bewust gedaan is, weet ik niet. Maar het verwijst wel naar de staat van de hoofdpersoon.

Die banjert intussen door Tanytown en kijkt z’n ogen uit:

Never in all my life did i see so many people. They’s all kinda people. They’s tall people an’short people an’ old people an’ lil’ children an’ mostly they white.

Ook de winkels spreken tot de verbeelding:

I never knew they was so many things folks could buy, an’ it’s all shiny an’ new. I don’t b’lieve they’s never been nothin’ new in our whole holler.

Earle heeft in een bespreking van El Corazón gezegd dat hij geen bijzondere reden had om Tanytown uit te kiezen. “Dit verhaal had overal kunnen gebeuren waar racisme is”, liet hij optekenen. In een stadje met zeker 90% blanken is de hoofdpersoon vanzelfsprekend een bezienswaardigheid, of liever een onwelkome verschijning in het straatbeeld. En dat voelt hij zelf ook:

I could see everybody stared at me
You’d think that they ain’t never seen
A colored boy before
They chunked at me
Called me names
They’d have whipped me sure but the sheriff came

Opvallend is de regel ‘You’d think that they ain’t never seen
a colored boy before’, zeker als je het afzet tegen de geschreven versie en het taalgebruik van de hoofdpersoon. Roy Burkhead constateert, terecht, dat Earle het taalgebruik van de hoofdpersoon heeft willen vangen en dat is hem ook prima gelukt. In Tanytown zit dan ook een hoop slang, of straattaal, verwerkt. Holler is daar een voorbeeld van. Verder zit in de zin een grammaticale omissie die veelal gemaakt wordt door laaggeletterden. In de geschreven versie gebruikt Earle het N-woord, in plaats van colored boy. Toegegeven: colored boy loopt in dit geval lekkerder in de tekst, maar het N-woord zou, gezien de vocabulaire en vooral het gebruik van woorden van de hoofdpersoon beter op zijn plaats zijn geweest.

Terug naar de song. Uiteindelijk ontstaat er een gevecht:

Four of them and I cain’t fight
But I had my old Randall knife
I cut that boy and I never did look back

Een Randall knife is een kleine dolk. In Amerika is Randall een gerespecteerd merk. Guy Clark maakte in 1983 The Randall Knife, een song voor zijn vader. Die speelde overigens ook mee op het nummer. Steve Earle was zeer goed bevriend met Clark.

De steekpartij is het keerpunt in Tanytown, ook muzikaal. Een lange gitaarsolo deelt het nummer in tweeën en ook de toonsoort verandert iets. De klagende mondharmonica komt weer terug. In de rest van de song is Emmylou Harris dwingend aanwezig. Ze ondersteunt Earle tijdens enkele regels en laat zo nu en dan een klagende mmm vallen en dat zorgt voor een nog dramatischer effect. Want de twist zit ook in het verhaal.

Cross the fields and woods I run
Like a bullet from a rabbit gun
Back home to my bed
Ma came in from Gettysburg
Her and that new beau of hers
“Boy you look like hell” was all she said

De hoofdpersoon heeft van zijn moeder in ieder geval niets te vrezen. “Boy you look like hell”, kan er nog net af. ‘… was all she said’ toont aan dat de hoofdpersoon zelf ook wel doorheeft dat hij er, qua de toorn van zijn moeder, goed van afkomt. De consequenties van zijn uitstapje worden pas veel later duidelijk.

Month went by without a word
Somebody down the holler heard
About that boy they hung

Alles lijkt weer bij het oude, totdat iemand hem vertelt over een executie, in dit geval ‘ a hanging’. Of het hier om een van de jongens gaat die hem belaagden? In de song wordt dat niet duidelijk, maar in het verhaal wel. De doodgestoken witte jongen blijkt van goede komaf. Zijn dood moet gewroken worden, en als de andere drie jongens vertellen dat de dader een grote zwarte man was met een pistool en een Randall knife, was de boot flink aan. De boze witte mannen trokken naar het moeras was een kleine zwarte gemeenschap gehuisvest was. Daar werd met veel geweld de dader gezocht. En er bleek inderdaad iemand met een dolk te zijn waaraan bloed kleefde. Hij werd zonder vorm van proces opgehangen.

He begged those men to spare his life
But I dropped my bloody Randall knife
He picked it up so they thought he was the one

Het is het weten van de waarheid die bovenop het feit komt dat de hoofdpersoon nu helemaal niet meer wegkomt uit de verstikkende holler. Voor een normaal denkend mens zou dat niet te verteren zijn, maar voor de hoofpersoon is eigenlijk maar één ding zonneklaar:

I went down to Taneytown
I went down to Taneytown
I ain’t goin’ back there anymore

Het is ook met deze regel waarmee de song eindigt. Geen extra riff of drumslag. De muziek ebt weg in een staand einde en gaat op El Corazón verder in het volgende nummer. Het leven gaat door, ook voor de hoofdpersoon. In Taneytown wordt echter duidelijk dat dit niet makkelijk is:

Sometimes I dream ’bout that Taneytown boy. Sometimes I dream ’bout that poor ol’ nigger swingin’ from the trestle. Either way, they both always starin’ right at me through them froze eyes. I wake up screamin’ like a banshee an’ wake half the holler up.

Tanytown gaat niet alleen over racisme. Het gaat ook over het uitzichtloze bestaan dat veel mensen lijden. Het afvoerputje van de maatschappij, de tokkies of hoe je ze ook maar wilt noemen. Steve Earle wil ze een gezicht geven, aandacht vragen voor hun gedachten en hoe zij onze maatschappij beleven. Tevreden over Tanytown is Earle niet helemaal. “I took a risk writing the story and a risk doing this song and I don’t claim to have done it well…. But just taking the chance made it worthwhile for me”, zegt hij daar zelf over.